Kort antwoord
Een CO₂-meter laat zien hoeveel koolstofdioxide er in de lucht zit. Omdat mensen CO₂ uitademen, is dat een goede maat voor hoe goed een bewoonde ruimte wordt geventileerd. Het is geen meting van alle vervuiling: fijnstof, schimmelsporen, koolmonoxide, radon of kookdampen ziet een CO₂-meter niet. Gebruik hem als hulpmiddel om je ventilatie bij te sturen, niet als oordeel over je hele binnenlucht.
Wat een CO₂-meter meet
Mensen ademen CO₂ uit. In een kamer waar iemand is, loopt de hoeveelheid CO₂ daardoor op, tenzij er genoeg verse lucht bijkomt. De meter geeft die hoeveelheid aan in ppm (parts per million, deeltjes per miljoen). Buitenlucht zit op ruim 400 ppm. Hoe hoger de waarde binnen, hoe meer van de lucht al eens is ingeademd.
Daarom is CO₂ een goede graadmeter voor luchtverversing, zoals Milieu Centraal ook schrijft: loopt de waarde snel op, dan komt er in die ruimte te weinig verse lucht binnen.
Wat hij niet meet
Een GGD-richtlijn van het RIVM zegt het treffend: CO₂ is een goede maat voor de luchtverversing, maar slechts een zwakke indicator voor de kwaliteit van de binnenlucht als geheel. Andere vervuiling hangt vaak niet samen met de hoeveelheid CO₂. Een CO₂-meter ziet bijvoorbeeld niet:
- fijnstof, bijvoorbeeld van koken, kaarsen of een houtkachel;
- vocht en schimmelsporen;
- radon uit de bodem of bouwmaterialen;
- geur en dampen van schoonmaakmiddelen, verf of nieuwe meubels;
- koolmonoxide (CO). Een CO₂-meter is geen koolmonoxidemelder. Heb je een verbrandingstoestel, zoals een cv-ketel, geiser of houtkachel, dan heb je daarvoor een aparte CO-melder nodig.
Een lage CO₂-waarde betekent dus niet dat de lucht in alle opzichten schoon is. Blijf ook ventileren als er niemand in de kamer is.
Welke waarden houd je aan?
Voor woningen bestaat geen wettelijke grens voor CO₂. In de GGD-richtlijn over ventilatie op scholen wordt 1200 ppm genoemd als globale grens, gebaseerd op een advies van de Gezondheidsraad, en 800 ppm als waarde voor zeer goede ventilatie. Die richtlijn gaat over klaslokalen, maar de getallen worden thuis vaak als houvast gebruikt. Veel meters laten met groen, oranje en rood zien hoe het ervoor staat; waar de grenzen liggen, verschilt per merk.
Kijk vooral naar het verloop:
- Een korte piek als er visite is of als je net de deur hebt dichtgedaan, is normaal.
- Loopt de waarde elke nacht ver op, of blijft hij uren hoog, dan is er in die ruimte te weinig toevoer.
- Is de waarde in meerdere kamers vaak hoog, dan is het volgens Milieu Centraal tijd om te kijken of het ventilatiesysteem nog goed werkt.
Zo gebruik je de meter goed
- Zet hem waar je zit of slaapt, op tafel- of nachtkastjeshoogte. Niet vlak bij een raam, rooster, ventiel of deur, en niet direct voor je gezicht: daar meet je vooral je eigen adem of de verse lucht.
- Meet een tijdje. Eén getal zegt weinig. Laat de meter een paar uur of een hele nacht staan.
- Vergelijk. Meet een nacht met het rooster open en een nacht met de deur op een kier. Zo zie je wat er verschil maakt.
- Let op het type sensor. Een meter met een NDIR-sensor meet CO₂ zelf. Sommige goedkope apparaten schatten een "CO₂-waarde" op basis van andere gassen; die zijn minder betrouwbaar.
- Volg de handleiding voor het kalibreren. Veel meters stellen zichzelf af op buitenlucht. Staat de meter nooit in frisse lucht, dan kan hij gaan afwijken.
Wat doe je met een hoge waarde?
- Controleer of het rooster of toevoerventiel open is en of er een kier onder de deur zit.
- Zet de ventilatie een stand hoger als je met meer mensen in een ruimte bent.
- Maak de ventielen schoon als ze vuil zijn, zonder de stand te veranderen: zie ventilatieventielen schoonmaken.
- Lucht kort als de waarde hoog oploopt. Waarom luchten alleen niet genoeg is, lees je in ventileren of luchten.
Draai niet aan de ventielen om één kamer omlaag te krijgen. Ventielen zijn ingeregeld; wat je in de ene kamer wint, verlies je in een andere.
CO₂-sensoren in je ventilatiesysteem
Sommige ventilatiesystemen hebben zelf CO₂-sensoren en regelen de stand automatisch. Die sensor hangt op een vaste plek en kan dus iets anders meten dan jouw meter op tafel. Houd de luchtsleuven van zo'n sensor stofvrij, zoals de fabrikant aangeeft. Reageert het systeem niet meer op de sensor, dan laat je dat nakijken.
Wanneer laat je het nakijken?
Blijven de waarden hoog terwijl de toevoer openstaat en de ventilatie aanstaat, of is het vooral in de slaapkamer steeds benauwd? Lees dan hoe je een slaapkamer goed ventileert en waarom ventilatie slecht kan afzuigen. Met een ventilatiecheck kijken we of het systeem genoeg lucht verplaatst. Een CO₂-meting van jezelf is daarbij een nuttig hulpmiddel, maar geen vervanging voor het meten van de luchthoeveelheid per ventiel.